Ondersteunende maatregelen voor de patiënt met zorgtraject diabetes: educatie, materiaal, diëtetiek, podologie, geneesmiddelen

De wijzigingen zijn geel gemarkeerd - 1/5/2018

    1. Educatie
    2. Materiaal
    3. Consultatie diëtetiek
    4. Consultatie podologie
    5. Toegang tot geneesmiddelen
    6. Zorgtraject en conventie

1. Educatie

Educatie is een essentiële zorgcomponent voor patiënten met een zorgtraject diabetes. Huisartsen, diabetologen, thuisverpleegkundigen en andere zorgverleners geven constant basiseducatie.

Bij het begin van de ziekte is educatie voornamelijk het geven van informatie en inzicht in de ziekte, in voedingsaspecten, in consequenties voor de verdere levensverwachting en het motiveren tot levensstijlaanpassing. Bij de overgang naar insuline komen daar technische aspecten bij rond zelfcontrole en insuline-injectie.

Wie zijn de diabeteseducatoren?

Diabeteseducatoren zijn verpleegkundigen, diëtisten, podologen of kinesisten die een bijkomende opleiding diabeteseducatie gevolgd hebben.

Een huisarts kan ook een beroep doen op educatoren van een diabetesconventiecentrum (tweede lijn).

Wat is diabeteseducatie?

Educatie door een specifiek opgeleide diabeteseducator houdt onder andere in:

  • individuele educatie van de patiënt en van zijn omgeving
  • geven van informatie en inzicht in de ziekte: oorzaak van de ziekte, ziekteverloop, verwikkelingen, levensverwachting
  • motiveren tot levensstijlaanpassingen: evenwichtige voeding, rookstop, beweging
  • informeren hoe hypo- en hyperglycemie voorkomen, herkennen en corrigeren
  • uitleg geven over het effect van bepaalde geneesmiddelen op de glycemie (o.a. siropen)
  • aanleren van de inspuittechniek van insuline, rotatie van injectieplaatsen
  • uitleg geven over werking van insuline, bewaring van insuline
  • aanleren van glycemiemetingen met glucometer, lancetten en strips
  • uitleg geven over levensverzekeringen, rijbewijs, sollicitaties, reizen,.. 

De educatie gebeurt steeds op voorschrift van de huisarts; de educator stelt een verslag op voor de huisarts.

Wat kan een huisarts voorschrijven?

De huisarts kan diabeteseducatie voorschrijven

  • via een diabeteseducator in de eerste lijn

OF

  • via een conventiecentrum (tweede lijn).

De educatie wordt volledig terugbetaald.

Diabeteseducatie in eerste lijn

De huisarts kan diabeteseducatie voorschrijven via een diabeteseducator in de eerste lijn

!Wat verandert op 1 mei 2018

Afschaffing van:

  • de 3 verschillende modules opstart-, opvolg- en extra educatie
  • de verplichting educatie, te volgen in kritische situaties.

Reeks van 5 verstrekkingen per jaar en éénmalig 5 bijkomende verstrekkingen

  • Elke patiënt heeft recht op een reeks van 5 verstrekkingen diabeteseducatie per kalenderjaar.
  • Minstens één van deze 5 verstrekkingen moet thuis bij de patiënt gebeuren.
  • Elke patiënt heeft eenmaal recht op 5 bijkomende verstrekkingen, op voorwaarde dat ten minste één 1 van de 1e reeks van 5 verstrekkingen aan huis werd gegeven.
  • Deze 5 bijkomende verstrekkingen zijn mogelijk gedurende het kalenderjaar van de 1e reeks educatieverstrekkingen of het kalenderjaar dat daarop volgt.
  • Dit geldt voor elke patiënt ongeacht of hij in het verleden al dan niet educatie gekregen heeft via de diabetesovereenkomst of educatie tot zelfzorg via referentieverpleegkundigen

Educatie thuis, in de praktijkruimte of in groep

  • De educatie mag gebeuren bij de patiënt thuis, in de prakrijkruimte of in groep.
  • Een groepszitting duurt minimum 2 uur voor maximum 10 deelnemers.  
Vanaf 1 mei 2018: educatie in de eerste lijn

Jaar 1

5 sessies

  • minstens 1 sessie thuis
  • 4 overige sessies
    • Individueel (½ u)
    • Of in groep (2 u, max 10 deelnemers)
    • Of een combinatie individueel – in groep

 

Na afloop van de 5 eerste sessies, op voorwaarde dat 1 sessie thuis is gegeven :
Één maal 5 bijkomende sessies

  • Individueel (½ u)
  • Of in groep (2u, max 10 deelnemers)
  • Of een combinatie  individueel – in groep

Kunnen over jaar 1 en/of jaar 2 lopen

Jaar 2

5 sessies

  • minstens 1 sessie thuis
  • 4 overige sessies
    • Individueel (½ u)
    • Of in groep (2 u, max 10 deelnemers)
    • Of een combinatie individueel – in groep

Jaar 3
en volgende

5 sessies

  • minstens 1 thuis
  • 4 overige sessies
    • Individueel (½ u)
    • Of in groep (2 u, max 10 deelnemers)
    • Of een combinatie individueel – in groep

 

 

Overgangsmaatregelen

In 2018 kan de huisarts nog educatieverstrekkingen voorschrijven volgens de oude regelgeving (opstart-, opvolg en extra educatie). Diabeteseducatoren kunnen deze educatieverstrekkingen volgens de oude regelgeving geven tot ten laatste 31.12.2018.

Overgangsmaatregelen tot 31 december 2018

Module

Voorschrift huisarts

Verslag educator (in GMD)

1. Starteducatie

  • Min 2 ½ en max 5 u
  • Sessies van ½ u
  • 1ste globaal voorschrift: 5 sessies (2 ½ u)
  • Nadien: aantal sessies te bepalen door huisarts
    (max 5 bijkomend in totaal)
  • Na eerste 5 sessies
  • Nadien: na afloop van de voorgeschreven sessies

2. Opvolgeducatie

  • Max 1 u /jaar
  • Sessies van ½ u

 

  • na afloop van de voorgeschreven sessies

3. Extra educatie bij problemen

  • Max 2u /jaar
  • sessies van ½ u

 

  • na afloop van de voorgeschreven sessies

 

Diabeteseducatie in tweede lijn

De huisarts kan educatie voorschrijven via een diabeteseducator uit een diabetesconventiecentrum in 2 situaties

  • wanneer het aanbod eerstelijnseducatoren ontoereikend is
  • bij patiënten met een complexe medische toestand

Educatie via diabetesconventiecentrum (1)

Situaties

Voorschrift huisarts

Verslag educator (in GMD)

1.Aanbod eerstelijns-educatoren onvoldoende

 

Ambulante educatie door conventiecentrum

 

Uiterlijk na 12 maanden
(of vroeger indien noodzakelijk ivm terugbetaling materiaal)

2.Complexe medische toestand

(1) Het voorschrift voor educatie via een conventiecentrum dekt een periode van 12 maanden, gedurende deze periode kan de patiënt geen educatie in de eerste lijn krijgen.

Diabeteseducatie volgt de richtlijn

Vanaf 1 mei 2018 is het volgen van diabeteseducatie –reglementair - niet meer verplicht.
Het opvolgingsplan diabetes type 2 is gebaseerd op de richtlijn voor goede medische praktijkvoering diabetes mellitus type 2: CEBAM 2015/5
In die richtlijn is gestructureerde diabeteseducatie door diabeteseducatoren, individueel of in groep, aanbevolen.
In kritische momenten is educatie noodzakelijk:

  • bij start van insuline of een GLP-1-agonist (incretinemimeticum),
  • bij overgang van 1 naar 2 injecties insuline,
  • bij onvoldoende bereiken van de streefwaarden. 

Verslag individuele educatie

Het verslag van de diabeteseducator moet in het GMD van de patiënt bewaard worden.

2. Materiaal (1)

!Wat verandert op 1 mei 2018

De huisarts kan aan een patiënt met een zorgtraject diabetes een glucometer, lancetten, en glycemiecontrolestrookjes voorschrijven op voorwaarde dat de patiënt een behandeling met insuline of een incretinemimeticum heeft of begint .

Dit materiaal wordt volledig terugbetaald.

Voorwaarden:

a) 1ste voorschrift glucometer + strookjes en lancetten (2) voor een periode van 6 maanden:

  • Patiënt heeft of begint een behandeling met insuline of een incretinemimeticum
  • Voorschrift van de huisarts met vermelding “Zorgtraject diabetes”

    + (steeds verplicht) formulier van de diabeteseducator met gekozen type glucometer

b) hernieuwing van voorschrift strookjes en lancetten voor periodes van 6 maanden:

  • Patiënt heeft een behandeling met insuline of een incretinemimeticum
  • Voorschrift van huisarts met vermelding “Zorgtraject diabetes”

c) hernieuwing van de glucometer, mogelijk na 3 jaar:

  • Patiënt heeft een behandeling met insuline of een incretinemimeticum
  • Voorschrift van huisarts met vermelding “Zorgtraject diabetes”

    + formulier van educator met gekozen type glucometer

Voorwaarden voorschrift materiaal : overzicht

Wat

Huisarts

Educator

Glucometer +
strookjes +
lancetten: 1ste voorschrift
→ voor 6 maanden

Voorwaarde : patiënt begint of heeft een behandeling met insuline of een incretinemimeticum
Voorschrift met vermelding:
“Zorgtraject diabetes” 

 

 

+ formulier van diabeteseducator met gekozen type glucometer

Strookjes + lancetten:
hernieuwing
→ elke 6 maanden

Voorwaarde : patiënt heeft een behandeling met insuline of een incretine-mimeticum:
Voorschrift met vermelding: “Zorgtraject diabetes”

 

Glucometer: hernieuwing
mogelijk na 3 jaar

Voorwaarde : patiënt heeft een behandeling met insuline of een incretine-mimeticum:
Voorschrift met vermelding:
“Zorgtraject diabetes”

 

 

+ formulier van diabeteseducator met gekozen type glucometer

 

De patiënt kan de glucometer en de strookjes en lancetten met volledige terugbetaling verkrijgen via de apotheek, en andere erkende kanalen, o.a. de thuiszorgwinkel van het ziekenfonds of de patiëntenvereniging.

3. Consultatie diëtetiek

Een zorgtraject diabetes geeft recht op consultaties bij een erkend diëtist. Dit gebeurt op voorschrift van de huisarts naar rato van 2 sessies van minimum 30 minuten per jaar.

Op het voorschrift wordt vermeld dat de patiënt een zorgtraject heeft.

De patiënt betaalt remgeld voor deze consultaties.

4. Consultatie podologie

De patiënten, met een zorgtraject diabetes type 2, die tot een risicogroep behoren hebben recht op 2 consultaties podologie van minimum 45 minuten per jaar bij een erkend podoloog.

Op het voorschrift van de huisarts wordt vermeld:

  • "zorgtraject diabetes”
  • de risicogroep waartoe de patiënt behoort (3)

De patiënt betaalt remgeld voor deze consultaties.

5. Toegang tot geneesmiddelen

Vanaf 1 mei 2010 is het voorschrijven van specifieke geneesmiddelen aan een patiënt met een zorgtraject diabetes type 2 vereenvoudigd.
De vermelding op het voorschrift dat de patiënt in een zorgtraject is opgenomen volstaat voor groepen geneesmiddelen waar er vroeger, voor elk geneesmiddel afzonderlijk, een voorafgaande toelating vereist was.

Over welke geneesmiddelen gaat het?

De vereenvoudiging geldt voor bepaalde geneesmiddelen samengebracht in specifieke vergoedingsgroepen (PDF).

Wat verandert er vanaf 1 mei 2010 ?

Een aantal specifieke geneesmiddelen gebruikt bij diabetes type 2 zijn samengebracht in nieuwe vergoedingsgroepen .
Vroeger moest voor elk van deze geneesmiddelen een afzonderlijk aanvraagformulier naar de adviserend geneesheer gestuurd worden om toelating te krijgen voor de terugbetaling.
Deze aanvragen en deze machtigingen zijn niet langer noodzakelijk.

Wat moet de voorschrijvend arts nu doen ?

De arts moet bij het voorschrijven van een geneesmiddel uit deze lijst enkel “ZTD” of “Zorgtrajectdiabetes” op het voorschrift vermelden.

Let op

De vergoedingsvoorwaarden voor al deze geneesmiddelen blijven ongewijzigd. U kan hiervoor de databank farmaceutische specialiteiten op de website van het RIZIV raadplegen. Deze databank is bovendien aangevuld met de bijzondere voorwaarde inzake voorafgaande toelating.

6. Zorgtraject en conventie

Indien het medisch aangewezen is, kan een patiënt met zorgtrajectcontract diabetes type 2, overschakelen naar groep B of C van de diabetesconventie. Het diabetesconventiecentrum geeft dan educatie en materiaal. Dit kan op ieder moment van het zorgtraject

Uitzondering: een patiënt die tijdens een hospitalisatie zelfregulatie start en materiaal voor een periode van 6 maanden van het ziekenhuis krijgt (zie 23° specifieke situatie hieronder), kan tijdens die periode van 6 maanden niet overschakelen naar de conventie.

U vindt meer informatie over deze verschillende groepen in de diabetesconventie op de website van het RIZIV.

Specifieke situaties

  • de huisarts kan aan een patiënt met zorgtraject educatie via een conventiecentrum voorschrijven; de huisarts blijft het materiaal voorschrijven via de eerste lijn
    Dit is mogelijk in de volgende situaties:
    • gebrek aan eerstelijnseducatoren
    • complexe medische situatie
  • een conventiecentrum kan educatie en materiaal (voor 6 maanden) geven aan gehospitaliseerde patiënt zonder zorgtraject . Wanneer na de hospitalisatie een zorgtraject wordt gesloten kan de huisarts zo nodig bijkomende educatie voorschrijven, materiaal kan hij voorschrijven na afloop van die 6 maanden.
  • in overleg met de huisarts kan een patiënt met zorgtraject, behandeld met 2 of meer insuline-injecties per dag en met een ernstige medische situatie naast de diabetes (multimorbiditeit), tijdelijk (meestal niet meer dan 6 maanden) opgenomen worden in groep C1 van de diabetesconventie. Multimorbiditeit wordt hier gekenmerkt door het zich voordoen van een ernstige medische situatie naast de diabetes, bijvoorbeeld een oncologische aandoening, COPD met frequent wisselende corticoïden, nieuwe diagnose van diabetes na een acuut myocardinfarct, CVA.

1. Onder bepaalde voorwaarden kan een huisarts materiaal voorschrijven aan patiënten met diabetes type 2 buiten een zorgtraject cfr programma “Educatie en zelfzorg”

2. Ter info: één pakket voor 6 maanden: 3 x 50 strookjes + 100 lancetten.

3 de patiënt behoort tot één van de volgende risicogroepen:

  • groep 1 (verlies van gevoeligheid in de voet, op voorwaarde dat dit blijkt uit een 10g-monofilament)
  • groep 2a (lichte orthopedische misvormingen zoals prominente metatarsaalkoppen met minimale eelten en/of soepele hamer- of klauwtenen en/of beperkte hallux valgus < 30°)
  • groep 2b (ernstiger orthopedische afwijkingen)
  • groep 3 (vaatlijden of vroegere voetwonden of amputatie of Charcot)